Kabouter krelis

Kabouter Krelis en het Doolhof van Daken

Er was eens een kabouter, genaamd Krelis Knibbel, die in het vredige dorpje Handzame woonde. Hij had een rood met zwarte muts, een vrolijke blauwe tuniek, oranje broek en droeg altijd zijn gouden bordje van hoop bij zich. In dat bordje ving hij dromen en wensen, en het gaf hem moed in moeilijke tijden.
Maar op een dag blies de Wind van Onzekerheid door het land. Plots moest Krelis weg uit zijn huis in Handzame. De kabouterkoning had besloten dat de kabouterbelastingen omhoog gingen en de lening voor zijn huis werd veel te duur.
Krelis moest verhuizen. Hij vond een huurhuis in Lichtvelde, maar daar was het koud, donker en vochtig. Hij voelde zich er niet thuis. “Dit huis is te klein en te somber,” mompelde hij terwijl hij uit het raam staarde. “En het uitzicht is maar grijs en grauw.”
Zijn zoektocht bracht hem daarna naar een kabouterappartement in Kortemark, maar ook daar kon hij niet blijven. Het huis was te duur en het huurcontract werd plots niet verlengd. Zo zwierf Krelis rond van dak tot dak, van dorp tot dorp.
Hij woonde even in Handzame, toen weer elders, altijd zoekend naar een plekje waar hij rust kon vinden.
Onderweg verloor hij veel: hij had al kinderen grootgebracht die nu het huis uit waren, en hij was gescheiden. Alleen zijn trouwe gouden bordje bleef bij hem.
Twee lange jaren zocht hij naar een huisje in Brugge, maar als alleenstaande kabouter met een invaliditeitsuitkering was dat bijna onmogelijk. De woningen waren óf te duur óf veel te donker.
Uiteindelijk vond hij een klein studiootje met één slaapkamertje, net binnen zijn kabouterbudget.
Tijdens zijn tocht kreeg Krelis nauwelijks hulp van anderen. Financiële steun? Nauwelijks. Alleen de voedselbank en het medicijnkabouterhuis van Brugge hielpen hem af en toe op de been. Hij had geen familie om op terug te vallen; zijn familie was “zoals een lege schatkist”, zei hij vaak. Alleen wat goede vrienden hielpen hem met verhuizen.
Toch bleef hij dromen. In zijn gouden bordje verzamelde hij elke dag wensen voor een betere toekomst:
• Meer sociale kabouterwoningen, zodat niemand zo lang moet zwerven.
• Kortere wachtlijsten, want sommige kabouters moesten al jaren wachten.
• Meer kleine, betaalbare huisjes voor alleenstaande kabouters.
• Duidelijke regels tussen huurders en verhuurders, zodat geen enkele kabouter plots op straat zou staan.
• En vooral: gelijke rechten en plichten in elk dorp en bos.
Op een nacht, toen de maan fel scheen en Krelis zijn bordje oppoetste, verscheen er plots een mysterieuze glans. Uit het bordje klonk een zachte stem:
“Krelis, jij hebt doorgezet waar anderen zouden opgeven. Jij hebt gedroomd, gezocht en gedeeld. Daarom krijg jij een bijzondere kracht: waar jij je bordje van hoop neerzet, zal er altijd een huisje verschijnen, licht en warm, voor wie geen thuis heeft.”
Sindsdien zegt men in de dorpen rond Handzame, Brugge en Lichtvelde dat Kabouter Krelis door de bossen trekt, met zijn bordje vol licht en dromen.
Waar hij verschijnt, ontstaan er knusse huisjes voor kabouters die verloren zijn geraakt in het Doolhof van Daken.
En als je op een heldere nacht een klein lichtje ziet dansen langs de bosrand? Dan is dat vast Krelis, op weg naar een nieuwe kabouter die hij kan helpen.

Zin om een kleurplaat in te kleuren? Klik dan op de welkom kabouter